Eigen opvoedingsproject

Inleiding

Hier vind je waar we ons als schoolgemeenschap voor engageren. Elke geleding die betrokken is bij de school heeft inspraak gehad bij de samenstelling van dit document.
Eventuele aanpassingen aan de geest van de tijd en aanmerkingen daaromtrent zullen slechts van kracht worden na goedkeuring door de schoolraad. De ondergetekenden engageren zich om dit eigen opvoedingsproject naar best vermogen te volgen.
Vanuit dit opvoedingsproject zullen we ons schoolwerkplan steeds verder uitbouwen.
Aangezien we in een zeer dynamische maatschappij leven, is ons schoolwerkplan dus nooit af.

De Kern

Wij willen een katholieke basisschool zijn

die kwaliteitsvol onderwijs aanbiedt.

 

Daarom engageren wij ons om te werken aan volgende opdrachten:

Opdracht 1  : Werken aan de schooleigen christelijke identiteit.

Opdracht 2  : Werken aan een degelijk en samenhangend onderwijsinhoudelijk aanbod.

Opdracht 3  : Werken aan een stimulerend opvoedingsklimaat en een doeltreffende didactische aanpak.

Opdracht 4  : Werken aan de ontplooiing van ieder kind, vanuit een brede zorg.

Opdracht 5  : Werken aan de school als gemeenschap en als organisatie.
Bovenstaande schematische voorstelling geeft aan dat de 5 opdrachten geen losstaande elementen zijn. Ze vormen één geheel.

Als gemeenschap en organisatie werken we aan het basisproces: vanuit een stimulerend opvoedingsklimaat met een doeltreffende aanpak werken aan een degelijke en samenhangende onderwijsaanpak met aandacht voor de ontplooiing van elk kind.
Dit doen we vanuit onze christelijke inspiratie.


OPDRACHT 1:     WERKEN AAN DE SCHOOLEIGEN CHRISTELIJKE IDENTITEIT

Onze maatschappij is pluriform. Als christenen beschouwen we het als onze taak iedereen in zijn geloofsopvattingen te respecteren, zonder daarbij onze eigenheid te verloochenenOnze opdracht is nooit af. Daarom is ons opvoedingsproject ook nooit af.

We willen ons uitnodigend opstellen en niet dwingend.
We willen liever aanmoedigen dan straffen.
We willen trachten te overtuigen in plaats van te verplichten.
We geven aan alle leerlingen lestijden katholieke godsdienst per week.

1.1  De reflectie over de visie op mens en wereld

Wij respecteren elk kind als uniek mens. Die mens leeft echter niet alleen maar is verbonden met anderen in een leefwereld. Voor die anderen en die leefwereld draagt ieder van ons verantwoordelijkheid waarbij wij Gods aanwezigheid ervaren als dragende kracht.

Hoe doen we dat? 

  • we hebben respect voor elkaar;
  • we hebben respect voor de kinderen, de ouders en het (dienst)personeel;
  • we leren kinderen respect voor elkaar opbrengen;
  • we leven mee met de gelukkige en minder gelukkige momenten uit het leven;
  • we hebben aandacht voor pesterijen en kindermishandeling;
  • we willen aandacht hebben voor verdraagzaamheid en ruimdenkendheid;
  • we willen sociaalvoelend zijn;
  • we voeren de gemaakte afspraken uit;
  • we hebben aandacht voor waardebeleving;
  • we doen aan milieu- en natuurzorg.

1.2    De doorwerking van de identiteit in de schoolwerkplannen

In onze schoolwerkplanning maken we keuzes vanuit en geïnspireerd door ons opvoedingsproject.In het leergebied godsdienst, maar ook in de andere leergebieden willen we kansen scheppen om de christelijke inspiratie te verwoorden en te beleven.
We respecteren het recht van ieders eigen mening maar verwachten loyale en collegiale samenwerking om dit eigen opvoedingsproject (E.O.P.) te verwezenlijken.

Hoe doen we dat?

Door een gevarieerd aanbod van pastorale activiteiten heeft de school aandacht voor momenten:

  • waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en in gemeenschap het wel en wee met elkaar kunnen delen;
  • waar de verkondiging van de Blijde Boodschap van Jezus Christus kan klinken;
  • van dienstbaarheid en solidariteit met andere mensen en de wereld, veraf en dichtbij;
  • om het leven te vieren in gemeenschap met elkaar, met God en Jezus Christus.

1.3  Het doel van opvoeding en onderwijs mede van uit een christelijke inspiratie

Als team streven wij naar een optimale vorming van de totale mens als vrij en uniek wezen. Geïnspireerd door de waarden van het christelijk geloof leren wij de kinderen verantwoordelijkheid dragen voor zichzelf en voor hun eigen keuzes.

Hoe doen we dat?

  • in profane vakken proberen we een gelovige dimensie mee te geven.

 

OPDRACHT 2:     WERKEN AAN EEN DEGELIJK EN SAMENHANGEND ONDERWIJS-   INHOUDELIJK AANBOD

2.1    Een degelijk aanbod met het oog op de ontwikkeling van de gehele persoon 

We willen alle kinderen optimale kansen bieden om ontwikkelde, geëngageerde en waardevolle volwassenen te worden.
We willen hen vaardigheden bijbrengen om zelf nieuwe inzichten te verwerven.

Hoe doen we dat?

We werken aan de ontwikkeling van:

  • intellectuele vaardigheden,
  • creatieve vaardigheden,
  • psychomotorische vaardigheden,
  • de geloofsvorming,
  • de emotionele vorming,
  • de sociale vorming,
  • het gevoelsleven,
  • solidariteit,
  • verantwoordelijkheidszin.

2.2    Een samenhangend aanbod van cultuurelementen

Wij hebben oog voor: 

  • de samenhang met en tussen de verschillende leergebieden;
  • de leergebiedoverkoepelende doelen; (leren leren, zelfstandig werken, samen werken, zich documenteren, zich leren uitdrukken op passende wijze, leren communiceren in verschillende contexten, …)
  • de horizontale en verticale samenhang (wij streven naar duidelijke leerlijnen in onze school. Dit wil zeggen dat er in gelijke leeftijdsgroepen dezelfde doelstellingen nagestreefd worden en dat er een groeilijn (een leerlijn) is van klein naar groot)

2.3  Een aanbod dat gericht is op de integratie in de persoon

De school wil kinderen helpen om zich het geleerde zo eigen te maken dat ze het spontaan in nieuwe situaties kunnen gebruiken.

 

OPDRACHT 3:  WERKEN AAN EEN STIMULEREND OPVOEDINGSKLIMAAT EN EEN  DOELTREFFENDE DIDACTISCHE AANPAK

Het leerproces groeit uit een samenwerking tussen leerlingen en leerkracht.
Het gaat enerzijds om de vragen en de inbreng van de leerlingen, anderzijds is er het aanbod en de aanpak van de leerkracht.
Het samenspel tussen beiden is erop gericht om kennis en ervaringen tot een zinvol geordend geheel te maken zodat kinderen – als unieke mensen – meer vat krijgen op wat in en om hen heen gebeurt.

3.1    Het leerproces van de leerlingen

Onze school wil een leerschool zijn. We willen in onze school de ontwikkelingsprocessen, niet alleen de theorie, maar ook de praktijk, aan bod laten komen.

Leren is een proces.

Niet alleen het product is belangrijk, maar ook het hele leerproces.

Leren is:

 

Actief met de hele persoon erbij betrokken
Cumulatief vertrekkend vanuit de leefwereld en de kennis waarover de leerlingen reeds beschikken
Interactief tussen leerkrachten en leerlingen, maar ook tussen leerlingen onderling
Affectief geladen emotionele betrokkenheid heeft grote invloed op het leren

Om dit proces optimaal te ondersteunen wordt gebruikt gemaakt van gevarieerde werk-  en groeperingsvormen.
De leerkracht blijft een coach waar kinderen altijd op kunnen terugvallen. 

3.2    De leerkracht ondersteunt en begeleidt het leerproces.

De eindtermen zien we als een minimum voor de leerlingen, maar niet voor de leerkrachten.

Hoe doen we dat?

  •  goed lesgeven is voor ons een prioriteit;
  • we bieden de leerstof aan volgens de hedendaagse didactische inzichten;
  • we laten ons leiden door de leerplannen van het VVKBAO en werken daardoor ook aan de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen die in de leerplannen opgenomen zijn;
  • we gebruiken degelijke en geactualiseerde handboeken en methoden;
  • als ondersteuning maken we gebruik van degelijke en moderne didactische hulpmiddelen.
  • hetgeen we verkondigen leven we voor.

De leeromgeving onderschatten we niet. We werken in onze school in een infrastructuur die aangepast is aan de tijd en aan de noden van degenen die ze gebruiken.

OPDRACHT 4:     WERKEN AAN DE ONTPLOOIING VAN IEDER KIND, VANUIT EEN BREDE ZORG

Iedere leerling, zowel de goed als de minder goed begaafde, krijgt in onze school waar hij/zij recht op heeft. Daarom werken we met een kindvolgsysteem.

4.1    Werken aan zorgbreedte.

Hoe doen we dat?

  •  we hebben aandacht voor zowel het welbevinden als de betrokkenheid en de competentie van onze leerlingen;
  • we differentiëren binnen de klas zodat ieder kind optimale groeikansen krijgt;
  • we bieden gevarieerde werk- en groeperingsvormen aan;
  • we besteden ruime aandacht aan de multiculturele samenleving (aan het omgaan met diversiteit): elk mens is immers anders;
  • de school heeft een bijzondere aandacht voor die componenten van de cultuur die in de maatschappij soms op de achtergrond verdwijnen, omdat ze niet economisch nuttig zijn (bijvoorbeeld: het muzische, het religieuze, de waarden, het goede, het sociale, relatiebekwaamheid). We dragen zorg voor deze domeinen omdat ze zin geven aan het leven.

4.2    Werken aan zorgverbreding.

Hoe doen we dat?                                                       

  • wij willen blijvende persoonlijke aandacht hebben voor alle kinderen;
  • de zorgbegeleider en/of de zorgcoördinator helpen en begeleiden kinderen individueel waar het kan of nodig is;
  • we hebben aandacht voor kinderen uit probleemgezinnen;
  • We schenken aandacht aan minder gegoede kinderen.

4.3    Werken vanuit een brede zorg veronderstelt overleg en samenwerking.

Hoe doen we dat

We betrekken alle partners, zowel interne als externe, in de zorg voor de ontplooiing van het kind:

  • de zorgbegeleiders,
  • de ouders,
  • de gokverantwoordelijke,
  • de zorgcoördinator,
  • de directie,
  • het CLB,
  • de gonbegeleid(st)er.

Wij zijn ten alle tijden bereid in gesprek te gaan met externe hulpverleners als zijnde de kinesist, de logopedist, de psycholoog, de psychiater,…

OPDRACHT 5:     WERKEN AAN DE SCHOOL ALS GEMEENSCHAP EN ALS ORGANISATIE

 

5.1    De schoolgemeenschap bevordert de overlegcultuur.

De directie is de motor van het team. Daartoe wordt ze waar mogelijk door een bredere groep (beleidsondersteuners, een kernteam of werkgroepen) bijgestaan en ondersteund.
De directie bevordert de communicatie en ontwikkelt in overleg initiatieven tot beroepsvervolmaking. Ze bewaakt vanuit het eigen opvoedingsproject de kwaliteit van het onderwijs en de opvoeding.
Ze is verantwoordelijk voor een goed beheer en staat in voor een vlotte communicatie met alle schoolbetrokken instanties.
Loyaliteit, hulp, overleg en samenwerking zijn voor ons basisprincipes in ons handelen.
Onze externe relaties willen we goed verzorgen. Dit doen wij op de volgende wijze:

  • we hebben een zeer nauwe samenwerking met de vrije scholen van onze gemeente;
  • we onderhouden goede relaties met de ons omringende scholen
  • ouders zijn steeds welkom;
  • we onderhouden een nauwe samenwerking met de ouderverenigingen;
  • we gaan in op de uitnodigingen tot samenwerking met de parochie, de gemeente en verschillende verenigingen (dit in de mate van het mogelijke, zonder dat dit het schoolleven schaadt);
  • we betrachten een grote openheid en ontvankelijkheid voor de begeleiding en de inspectie. We waarderen hun deskundigheid en weten dat ze ons willen helpen in onze taak;
  • we verwachten en vragen van het CLB gerichte hulp;
  • voor verkeersveiligheid, milieuzorg, … werken we samen met gemeentelijke, provinciale en andere diensten.

De school ondersteunt in de mate van het mogelijke en volgens het eigen opvoedingsproject de initiatieven die de lokale gemeenschap en de parochie opzetten.
Dit via:

  • regelmatige eucharistievieringen,
  • opluistering viering eerste communie
  • missionaire opvoeding,
  • adventswerking
  • vastenwerking,
  • we kiezen elk jaar een actie voor het goede doel.

De school onderhoudt een goede samenwerking met de gemeente/OCMW voor:

  • kinderopvang,
  • sportactiviteiten
  • culturele activiteiten
  • verkeersveiligheid.

5.2  Organisatie en planning vanuit het eigen opvoedingsproject

Vanuit ons eigen opvoedingsproject zullen we continu ons schoolwerkplan uitbouwen.Aangezien we in een zeer dynamische maatschappij leven is ons schoolwerkplan dus nooit af.

5.3  Groeien in deskundigheid en spiritualiteit.

In deze maatschappij moeten we ons voortdurend bijscholen en vervolmaken om onze taak te kunnen vervullen.
Dit trachten we te realiseren door:

Zelfontplooiing en professionalisme via :

  • bijscholing,
  • navormingssessies
  • zelfstudie.

Steun en hulp verwachten en aannemen van begeleiding en externe diensten

  • de diocesane pedagogische begeleiding en inspectie Godsdienst
  • VVKBaO (Vlaams Verbond voor Katholiek Basisonderwijs,
  • Centrum voor Navorming Hasselt (CvNH),
  • Limburgs Centrum voor Onderwijs (LICO),
  • CLB (Centrum voor Leerlingenbegeleiding)
  • COV (Christelijk Onderwijzersverbond).

Van elkaar steun en hulp aannemen, hospiteren en overleg in teamverband.

Voor onderschrijving van de vernieuwde versie van “Het Eigen Opvoedingsproject” van onze school. Januari 2010.